07 september 2011 ~ 3 reacties

Een gemeenschappelijke taal?

Social Sunday is een groep mensen die bij elkaar komt vanuit verschillende tradities, op zoek naar verdieping en verrijking over de grenzen van de eigen traditie heen. Althans zo begreep ik nadat ik een keer om het hoekje heb gekeken. Mijn ervaring is dat het gesprek met mensen die in een andere traditie leven makkelijker is dan met mensen die geen traditionele coördinaten hebben. In de ‘seculiere’ samenleving zijn veel gelovigen te vinden en brokstukken gestold Christendom uit een glorieus verleden. Er dwarrelen ook veel normen rond maar de traditionele gelovigen zitten meestal in het defensief. ‘Openheid’ en ‘ongebondenheid’ hebben het primaat boven het spreken vanuit een traditie. Met andere woorden; verbondenheid aan een traditie is in Nederland zelden vanzelfsprekend; ‘de traditionelen’ delen een bepaalde kwetsbaarheid.
Als ik denk aan het gesprek met ‘ongebonden critici’ gaan mijn gedachten onwillekeurig uit naar lessen die ik wel geef op de Koninklijke Militaire Academie. Als geestelijke in de krijgsmacht houd ik mij bezig met het houden van bijeenkomsten, Tora-leren en met een waaier aan sociale problemen die militairen en burgers bij Defensie zoal bezighouden. Soms doe ik andere dingen erbij, zoals het geven van lezingen aan de KMA, en dat is altijd een uitdaging.
Waarom worden Nederlandse officieren in spé eenmaal in hun opleiding getrakteerd op een dagdeel Jodendom zal de lezer zich afvragen? Een derde deel van mijn publiek vind het prachtig, een derde hoort het braaf aan en een aantal leerlingen vindt deze exercitie onzinnig. Hoe dan ook; nergens word ik zo overspoelt met vragen als in de KMA-situatie. Een voorbeeld. Ik leg uit waarom we in de Joodse traditie meerdere malen ons vlees zouten, namelijk om het bloed er uit te halen. Het bloed is immers de zetel van de ziel. Ik vond deze verklaring altijd bevredigend en ik heb er nooit vragen bij gesteld. Maar wierp iemand tegen: “bloed eten is toch gezond?”. Tja, dat weet ik niet. Ik weet wel dat we er vanuit gaan dat de spijswetten gezond zijn maar dat wil nog niet zeggen dat gezondheid de ultieme standaard is waar we alles aan af moeten meten..
Als ik vertel over het splitsen van de Rode Zee: “Hoe kunt u dat bewijzen?” Alsof we uit die tijd nog potjes en pannetjes op de oever kunnen vinden. Meestal leg ik de nadruk op de sjabbat en de spijswetten omdat de Joodse ideeën daarover nog wel eens spanningen geven met militaire belangen, het zogenaamde dienstbelang. Voor de toekomstige leidinggevenden is dan de vraag hoe om te gaan met die ene Joodse of Hindoestaanse soldaat in zijn eenheid. In dat kader vertel ik dat roofvogels en nog enkele, bij naam genoemde, vogelsoorten niet kosjer zijn (‘treife’), zoals de ooievaar. De ooievaar lijkt een lief beest te zijn, zeg ik kritisch, maar hij denkt alleen aan zijn eigen soort en wij moeten ook zorgzaam zijn voor mensen die niet van dezelfde stam zijn. Zelf vind ik dit een verklaring van een verpletterende schoonheid, een wijn die geen krans behoeft. Zo’n ethische verklaring doet het vast goed denk je dan, bij ‘universele’ mensen die voor ‘alles’ open denken te staan. “We became so open minded that our brains have fallen out”, zegt de postmodernist Rorty. Vervult van hogere sferen zullen deze militairen nu deemoedig naar de Hemel kijken, denk ik zelfvoldaan. Maar nee, al snel volgt de tegenvraag: “Houden kosjere vogels dan wel van andere soorten?” En zo gaat het verder. Iedere keer als ik met de ultieme verklaring denk te komen volgt er een cynisch schouder-ophalen of wordt mijn peroesj op de pijnbank gelegd van het rationalisme. Zo voel je je als eenvoudige rabbijn welhaast genoodzaakt om een homo universalis te zijn.
Leidinggeven wordt bij Defensie erg belangrijk gevonden en de omgang met diversiteit is daarvan een belangrijk aspect. Daarom zetten ze wel eens een rabbijn voor de klas, of een andere aparte vogel, om de cadetten te confronteren met een andere werkelijkheid. Dat is een uitdaging en soms ontluisterend. Het punt is niet dat ze het met mij eens hoeven te zijn. We kennen in de traditie discussies met Perzen, ‘de Griek’ en ‘de Romein’ als de ultieme ‘ander’, maar die hadden een stevige identiteit. Ook veel wetenschappelijke tegenwerpingen zijn bij nader inzien niet nieuw. De grootste uitdaging is hier denk ik om een gemeenschappelijke taal te vinden. Met Christenen en Moslims deel ik basale concepten als de Ziel, Openbaring, Traditie, een heilig Boek en het belang van een gemeenschap. Dat zijn gemeenschappelijke bakens die richting geven aan het gesprek. Maar ik wil ook graag mensen raken die geen levensanker hebben in een traditie – zonder in levensbeschouwelijk drijfzand te geraken. Wie herkent deze ervaring?