Een gemeenschappelijke taal?
Social Sunday is een groep mensen die bij elkaar komt vanuit verschillende tradities, op zoek naar verdieping en verrijking over de grenzen van de eigen traditie heen. Althans zo begreep ik nadat ik een keer om het hoekje heb gekeken. Mijn ervaring is dat het gesprek met mensen die in een andere traditie leven makkelijker is dan met mensen die geen traditionele coördinaten hebben. In de ‘seculiere’ samenleving zijn veel gelovigen te vinden en brokstukken gestold Christendom uit een glorieus verleden. Er dwarrelen ook veel normen rond maar de traditionele gelovigen zitten meestal in het defensief. ‘Openheid’ en ‘ongebondenheid’ hebben het primaat boven het spreken vanuit een traditie. Met andere woorden; verbondenheid aan een traditie is in Nederland zelden vanzelfsprekend; ‘de traditionelen’ delen een bepaalde kwetsbaarheid.
Als ik denk aan het gesprek met ‘ongebonden critici’ gaan mijn gedachten onwillekeurig uit naar lessen die ik wel geef op de Koninklijke Militaire Academie. Als geestelijke in de krijgsmacht houd ik mij bezig met het houden van bijeenkomsten, Tora-leren en met een waaier aan sociale problemen die militairen en burgers bij Defensie zoal bezighouden. Soms doe ik andere dingen erbij, zoals het geven van lezingen aan de KMA, en dat is altijd een uitdaging.
Waarom worden Nederlandse officieren in spé eenmaal in hun opleiding getrakteerd op een dagdeel Jodendom zal de lezer zich afvragen? Een derde deel van mijn publiek vind het prachtig, een derde hoort het braaf aan en een aantal leerlingen vindt deze exercitie onzinnig. Hoe dan ook; nergens word ik zo overspoelt met vragen als in de KMA-situatie. Een voorbeeld. Ik leg uit waarom we in de Joodse traditie meerdere malen ons vlees zouten, namelijk om het bloed er uit te halen. Het bloed is immers de zetel van de ziel. Ik vond deze verklaring altijd bevredigend en ik heb er nooit vragen bij gesteld. Maar wierp iemand tegen: “bloed eten is toch gezond?”. Tja, dat weet ik niet. Ik weet wel dat we er vanuit gaan dat de spijswetten gezond zijn maar dat wil nog niet zeggen dat gezondheid de ultieme standaard is waar we alles aan af moeten meten..
Als ik vertel over het splitsen van de Rode Zee: “Hoe kunt u dat bewijzen?” Alsof we uit die tijd nog potjes en pannetjes op de oever kunnen vinden. Meestal leg ik de nadruk op de sjabbat en de spijswetten omdat de Joodse ideeën daarover nog wel eens spanningen geven met militaire belangen, het zogenaamde dienstbelang. Voor de toekomstige leidinggevenden is dan de vraag hoe om te gaan met die ene Joodse of Hindoestaanse soldaat in zijn eenheid. In dat kader vertel ik dat roofvogels en nog enkele, bij naam genoemde, vogelsoorten niet kosjer zijn (‘treife’), zoals de ooievaar. De ooievaar lijkt een lief beest te zijn, zeg ik kritisch, maar hij denkt alleen aan zijn eigen soort en wij moeten ook zorgzaam zijn voor mensen die niet van dezelfde stam zijn. Zelf vind ik dit een verklaring van een verpletterende schoonheid, een wijn die geen krans behoeft. Zo’n ethische verklaring doet het vast goed denk je dan, bij ‘universele’ mensen die voor ‘alles’ open denken te staan. “We became so open minded that our brains have fallen out”, zegt de postmodernist Rorty. Vervult van hogere sferen zullen deze militairen nu deemoedig naar de Hemel kijken, denk ik zelfvoldaan. Maar nee, al snel volgt de tegenvraag: “Houden kosjere vogels dan wel van andere soorten?” En zo gaat het verder. Iedere keer als ik met de ultieme verklaring denk te komen volgt er een cynisch schouder-ophalen of wordt mijn peroesj op de pijnbank gelegd van het rationalisme. Zo voel je je als eenvoudige rabbijn welhaast genoodzaakt om een homo universalis te zijn.
Leidinggeven wordt bij Defensie erg belangrijk gevonden en de omgang met diversiteit is daarvan een belangrijk aspect. Daarom zetten ze wel eens een rabbijn voor de klas, of een andere aparte vogel, om de cadetten te confronteren met een andere werkelijkheid. Dat is een uitdaging en soms ontluisterend. Het punt is niet dat ze het met mij eens hoeven te zijn. We kennen in de traditie discussies met Perzen, ‘de Griek’ en ‘de Romein’ als de ultieme ‘ander’, maar die hadden een stevige identiteit. Ook veel wetenschappelijke tegenwerpingen zijn bij nader inzien niet nieuw. De grootste uitdaging is hier denk ik om een gemeenschappelijke taal te vinden. Met Christenen en Moslims deel ik basale concepten als de Ziel, Openbaring, Traditie, een heilig Boek en het belang van een gemeenschap. Dat zijn gemeenschappelijke bakens die richting geven aan het gesprek. Maar ik wil ook graag mensen raken die geen levensanker hebben in een traditie – zonder in levensbeschouwelijk drijfzand te geraken. Wie herkent deze ervaring?
Mijn ervaring als monnik in een Aziatische traditie die sinds de jaren 70 van de vorige eeuw deel is gaan uitmaken van de popcultuur, is dat iedereen in een traditie is verankerd, ook als we die niet als een spirituele traditie (h)erkennen. Er is momenteel sprake van een weerzin tegen “harde” religieuze tradities: alle tradities die van de mens verlangen dat men herkenbaar door een traditie handelt zijn suspect. De nadruk ligt op een verinnerlijking van spirituele principes. Alleen die, een prive beleving van de spirituele traditie, wordt nog als acceptabel gezien, zo lijkt wel. Ik denk dat een gemeenschappelijke taal alleen kan ontstaan als men luistert en het spreken maar eens een tijd achterwege laat. In plaats van dat spreken kan dan het handelen treden. Of zoals mijn eigen leraar zei: “verlicht raken is erg eenvoudig, al je handelen verlicht handelen laten zijn is vele malen moeilijker.” Ik heb er voor gekozen om mijn monnikskledij publiekelijk te dragen: hier is een vertegenwoordiger van de dharma, betekent dat, hij is toegankelijk en benaderbaar als je vragen hebt over de dharma (of als je een leuk gesprek over het weer wilt beginnen, dat mag ook). Het betekent ook dat ik zichtbaar ben in mijn handelen, ik kan niet onderduiken. De vraag: “waarom doe je het zo?” heeft als antwoord: “hopelijk omdat de manier waarop ik het doe de beste manier is , gezien vanuit de dharma.” Of, om terug te komen op het begin van David’s blog post: handelen volgens de mitswot is handelen vanuit de wens om de afstand tussen God en de mens zo klein mogelijk te laten zijn. En met de intentie om heiligheid aan de wereld toe te voegen. Heeft het dan zin om je af te vragen wat je niet eet en wel eet, ingegeven door iets anders dan de vraag wat er beschikbaar is? Alle vogels zijn beschikbaar, maar je eet alleen deze. Of in het boeddhisme: we weten dat we duizenden insecten doden, die allemaal invloed hebben op hoe het met ons zal verdergaan. Je zou kunnen zeggen: dan doet die biefstuk er ook niet meer toe. Toch kiezen we om die niet te eten, juist omdat we de spirituele effecten er van kennen. De wereld is vol lijden, in dat lijden bevindt zich onze gemeenschappelijkheid. De wens tot heel worden, tot verzoenen, tot een einde aan pijn, daden van altruisme, het verlangen tot heiligen met wat we tot onze beschikking hebben. Muziek kan dat doen, kunst kan dat doen, de omhelzing van een vriend kan dat doen, het zorgen voor een ernstig zieke ouder kan dat doen. Het is een ervaring die iedereen met iedereen deelt: het vertellen van die ervaringen, daar laten die gemeenschappelijke bakens zich vinden.
De notie dat kosjere dieren geen vlees eten, en daarmee ook
geen bloed , maakt ze bijzonder, ze nemen dus een dieet tot zich
die hen dus ook bloed over doet slaan, net zoals de Torah geboden
spreken over het niet eten van bloed. Ten tweede kan je zeggen dat
een vlees etend dier de dood in zich draagt, terwijl een gewas
etend dier dat niet in zich draagt. Daarom zijn sommige
dieren tereife, vanwege het bloed en vanwege de dood.
De Schepper is de God van de levenden, en heeft de dood
die door de zonde is gekomen niet in zich, Hij is de levende God,
en Schepper van het leven, bewaarder en beschermer van het leven.
Maar om op de gemeenschappelijke taal terug te komen waar David over
schrijft;
Als je met een mens zonder geloof of met een ander geloof een goede uitwisseling
van gedachten mag hebben over zorg voor je eigen kringetje versus zorg voor
Iemand die een vreemde voor je is, over respect voor vreemdelingen
over belangstelling voor je medemens , dan zie je vaak dat
die ander dat heel belangrijke levensvragen vindt, en dat is mooi
omdat het laat zien dat de waarden uit de bijbel fundamentele
levenswaarden zijn.